Het graafschap Loon was een van de machtigste middeleeuwse rijken van de Lage Landen, met Borgloon als hoofdkwartier en sporen in het landschap van Haspengouw die tot vandaag zichtbaar zijn: burchtruïnes en motteheuvels van meer dan duizend jaar oud.
In de vroege middeleeuwen was Haspengouw een versnipperd landschap van kleine eigendommen en wisselende machthebbers. Dat veranderde in de tiende eeuw, toen een zekere Rudolf van Haspinga zijn naam begon te verbinden aan de streek. Zijn zoon werd de eerste graaf van Loon en vestigde zijn hoofdkwartier in Borgloon: een keuze die de stad voor eeuwen zou tekenen.
De macht van de graven liet zich zien in bouwwerken. Van de burchten van Brustem (Sint-Truiden) en Kolmont (Tongeren-Borgloon) resten vandaag nog ruïnes. Op andere plaatsen – in Borgloon, Horpmaal, Montenaken en Rutten – zie je enkel nog de motteheuvel: een kunstmatige verhoging waarop ooit een houten of stenen toren stond.
In 1180 eindigde een hevige oorlog tussen het graafschap Loon en het prinsbisdom Luik in een verwoesting van vele bouwwerken. Het graafschap Loon werd beëindigd in 1366.